0

behangtips

Behangen met vliesbehang is heel eenvoudig: Lees hieronder onze tips door en je behangklus is zo gepiept! 

Ga je behangen met papierbehang? Dan werkt het net iets anders. Klik hier voor meer informatie over behangen met papierbehang

 

Vliesbehang

Wat heb je nodig?

        * Behanglijm voor vliesbehang
        * Scherp afbreekmes
        * Behangroller en kleine kwast
        * Behangspatel
        * Waterpas & potlood of loodlijn
        * Trapje
        * Vochtige doek of spons

 

1. Voorbereiding

Een goed begin is het halve werk! Zorg er daarom voor dat je muur glad, vetvrij, droog en egaal van kleur is. Zit er nog een oude laag behang op de muur, dan moet je deze eerst verwijderen.

Vul eventuele gaten op met een gatenvuller, verwijder alle afdekplaatjes van schakelaars en stopcontacten en schakel elektragroepen uit. Vermijd temperatuurschommelingen en tocht, omdat hierdoor behang kan krimpen met als gevolg dat de naden tussen de behangbanen groter  kunnen worden.

Tip: Controleer of alle behangrollen hetzelfde batchnummer hebben om eventuele kleurverschillen te voorkomen.



 Bereid de muren voor

2. Loodrechte lijn 

Omdat deurkozijnen, muren of plafonds niet altijd waterpas zijn, kun je het beste met behulp van een waterpas of een loodlijn een loodrechte lijn op de muur tekenen. Teken deze lijn ongeveer 50 centimeter (de rolbreedte - 3 cm) vanaf de hoek waar je begint met behangen.
Begin met de hoek die zich het dichtst bij het raam bevindt. Op deze manier valt het licht op de naden, zodat je ze goed ziet en de volgende baan mooi aansluit.

Tip: Wist je dat je heel eenvoudig zelf een loodlijn kunt maken door een gewichtje of zware spijker aan een stuk touw vast te maken? 

Trek een loodlijn

3. Lijmen

Bereid de lijm voor zoals aangegeven op de verpakking. Het voordeel van vliesbehang is dat je alleen de muur met behanglijm hoeft in te smeren en direct vanaf de rol kunt behangen. Je hebt dus geen behangtafel nodig. Mocht je er toch voor kiezen om vooraf het behang in banen te snijden, meet dan de hoogte van de muur en tel daar 10 centimeter voor de snijranden bij op. Let op: als er een patroon in het behang zit, heb je per baan 1 keer de hoogte van de muur + 1 keer het patroon, + 10 cm voor de snijranden nodig.

Tip: Lijm de muur gelijkmatig in. Breng de lijm per baan aan. Zorg ervoor dat je de lijm wel iets breder aanbrengt dan de breedte van de behangrol zelf (circa 15 cm breder).



Lijm de muur in

4. Plakken

Plak de eerste baan met een kleine overlap (+/-¬ 5 cm) tegen het plafond en rol de behangrol uit. Plak de baan recht langs de getekende lijn of loodlijn. Strijk het behang met een behangspatel licht na voor een glad resultaat. Snijd het behang aan de boven- en onderkant (of zijkant) af met een afbreekmesje. Houd de behangspatel tegen de plint, zodat je het behang recht en strak kunt afsnijden. Duw eventuele lucht- of lijmophopingen met een behangspatel naar de vrije zijde van de behangbaan.

Tip: Als er per ongeluk lijm op de voorzijde van het behang is gekomen, moet je die direct wegvegen met een vochtige doek of spons. 



 

 behang plakken

 5. Patroonaansluiting 

Elk behang heeft een herhalend patroon. Na hoeveel centimeter het patroon zich herhaalt, wordt op de rol aangeduid met het getal dat achter het symbool voor patroonherhaling symbool patroonherhalingstaat. Bij de meeste effen dessins of gestreepte patronen hoef je bij het plakken van de volgende baan geen rekening te houden met het patroon voor een goede aansluiting. Bij andere patronen is het juist wel van belang dat je bij het plakken let op een eventuele verschuiving van het patroon op de nieuwe baan ten opzichte van het patroon op de vorige baan. In de onderstaande tekening zie je de vier verschillende mogelijkheden met de bijbehorende symbolen.

Tip: Wacht met het terugplaatsen van stopcontacten en afdekplaatjes totdat het behang goed is opgedroogd. Behang dat niet goed droog is, is namelijk kwetsbaar en kan snel beschadigd raken.

 

 

Bezig met laden...